De Avatar is de incarnatie van de Heer, de eeuwige hemelbewoner: niet van deze wereld.
Sommigen zeggen dat het Brahman is, die doormiddel van de illusie (Isvara) vorm aanneemt, incarneert een de mens.
De mens is leeg. Er is geen god, atman of goddelijke vonk. Ook geen innerlijke boeddha. Maar de mens draagt de potentie in zichzelf: zoals een rups een vlinder kan worden maar er zit geen vlinder in de rups. Verlichting betekent transformatie. Totaal zijn.
God kan afdalen in de mens, als deze leeg wordt van zichzelf.
Ik ben alles, ik ben niets en daarom ben ik alles. Het goddelijke en het menselijke. Het eeuwige en het sterfelijke.
De Heer is het ‘hogere zelf’ en het fysieke lichaam het ‘lagere zelf’. Maar zonder elkaar van geen betekenis, zoals een filmdoek geen betekenis heeft zonder de inhoud van een film. Bewustzijn is gelijk zijn inhoud.