De kenner en kennis zijn een, niet-twee. Is dit de filosofie van de Bhagavad Gita?

Antwoord AI-modus Google:

‘Ja, het idee dat de kenner (jñātṛ), het gekende (jñeya) en de kennis (jñāna) uiteindelijk één zijn, is een kernaspect van de filosofie van de Bhagavad Gita, vooral bezien vanuit het perspectief van Advaita Vedanta (non-dualisme). 

Hoewel de tekst op verschillende niveaus onderscheid maakt tussen deze drie factoren om menselijk handelen en begrip te verklaren, wijst de Gita uiteindelijk naar een eenheid: 

1. Het onderscheid (voor de zoeker)
In hoofdstuk 18 noemt de Gita kennis, het gekende en de kenner de drie drijfveren van actie. In hoofdstuk 13 wordt een onderscheid gemaakt tussen: 

  • Het Veld (kshetra): Het lichaam en de materiële wereld (het gekende).
  • De Kenner van het Veld (kshetrajña): De individuele ziel of het bewustzijn dat het veld waarneemt. 

2. De eenheid (de ultieme realiteit)
De uiteindelijke wijsheid in de Gita is het besef dat de individuele kenner en de Allerhoogste Kenner (God of Brahman) identiek zijn. 

  • God als de Kenner: Krishna stelt in vers 13.3: “Weet dat Ik de kenner ben in alle velden”.
  • Non-dualisme: Ware kennis (Sattvische kennis) wordt beschreven als het zien van de onverdeelde eenheid in alle diverse wezens.
  • Oplossing van dualiteit: In de hoogste staat van realisatie lost de triade (kenner-kennis-gekende) op in puur Bewustzijn. Er is dan geen sprake meer van een afzonderlijk subject dat een object waarneemt; er is alleen de ene onverdeelde werkelijkheid. 

Conclusie
De Bhagavad Gita leert dat de schijnbare scheiding tussen de kenner en het gekende voortkomt uit onwetendheid (maya). De filosofie leidt de beoefenaar van het zien van verschillen naar de realisatie van non-dualiteit (Advaita), waarin de kenner, de kennis en het gekende samenvloeien in één goddelijk bewustzijn. ‘